/**/

ja_mageia

  • Narrow screen resolution
  • Wide screen resolution
  • Decrease font size
  • Default font size
  • Increase font size
Home Alles over letselschade Buitengerechtelijke kosten Het wettelijk kader van een overeenkomst
Het wettelijk kader van een overeenkomst

 

Het wettelijk kader van de overeenkomst

Om te beoordelen of een overeenkomst rechtsgeldig is, spelen drie beginselen een rol:

  1. Het autonomiebeginsel is een beginsel uit het vermogensrecht, dat stelt dat rechtssubjecten het recht hebben hun eigen belang naar eigen inzicht te behartigen. Dit beginsel bepaalt dat partijen gebonden zijn aan een overeenkomst omdat en voor zover zij dit zelf gewild hebben.
  2. Het vertrouwensbeginsel stelt dat een partij bij een overeenkomst erop mag vertrouwen, dat de wederpartij doet waartoe zij zich verplicht heeft.
  3. Het quid-pro-quo of causabeginsel houdt in dat partijen een overeenkomst in het algemeen sluiten met een tegenprestatie (een quid pro quo) als doel (causa). Blijft de tegenprestatie uit, dan hoeft de eigen prestatie ook niet te worden geleverd.

Vergoeding van de buitengerechtelijke kosten (BGK)

Art. 6:96 BW

  1. Vermogensschade omvat zowel geleden verlies als gederfde winst.
  2. Als vermogensschade komen mede voor vergoeding in aanmerking:
    a. redelijke kosten ter voorkoming of beperking van schade die als gevolg van de gebeurtenis waarop de aansprakelijkheid berust, mocht worden verwacht;
    b. redelijke kosten ter vaststelling van schade en aansprakelijkheid;
    c. redelijke kosten ter verkrijging van voldoening buiten rechte, wat de kosten onder b en c betreft, behoudens voor zover in het gegeven geval krachtens artikel 241 van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering de regels betreffende proceskosten van toepassing zijn.

Bij letselschadezaken speelt de overeenkomst van opdracht conform titel 7.7 BW

Art. 7:400 BW

1. De overeenkomst van opdracht is de overeenkomst waarbij de ene partij, de opdrachtnemer, zich jegens de andere partij, de opdrachtgever, verbindt anders dan op grond van een arbeidsovereenkomst werkzaamheden te verrichten die in iets anders bestaan dan het tot stand brengen van een werk van stoffelijke aard, het bewaren van zaken, het uitgeven van werken of het vervoeren of doen vervoeren van personen of zaken.
2. De artikelen 401-412 zijn, onverminderd artikel 413, van toepassing, tenzij iets anders voortvloeit uit de wet, de inhoud of aard van de overeenkomst van opdracht of van een andere rechtshandeling, of de gewoonte.

Opzeggen van de overeenkomst kan altijd

Artikel 408

1. De opdrachtgever kan te allen tijde de overeenkomst opzeggen.
2. De opdrachtnemer die de overeenkomst is aangegaan in de uitoefening van een beroep of bedrijf, kan, behoudens gewichtige redenen, de overeenkomst slechts opzeggen, indien zij voor onbepaalde duur geldt en niet door volbrenging eindigt.
3. Een natuurlijk persoon die een opdracht heeft verstrekt anders dan in de uitoefening van een beroep of bedrijf is, onverminderd artikel 406, ter zake van een opzegging geen schadevergoeding verschuldigd.

Zegt u op dan heeft uw expert wel recht op een naar redelijkheid vast te stellen deel van het loon

De verplichting van de opdrachtgever (het slachtoffer)

Art. 7:406 BW

1. De opdrachtgever moet aan de opdrachtnemer de onkosten verbonden aan de uitvoering van de opdracht vergoeden, voor zover deze niet in het loon zijn begrepen.
2. De opdrachtgever moet de opdrachtnemer de schade vergoeden die deze lijdt ten gevolge van de hem niet toe te rekenen verwezenlijking van een aan de opdracht verbonden bijzonder gevaar. Heeft de opdrachtnemer in de uitoefening van zijn beroep of bedrijf gehandeld, dan geldt de vorige zin slechts, indien dat gevaar de risico’s welke de uitoefening van dat beroep of bedrijf naar zijn aard meebrengt, te buiten gaat. Geschiedt de uitvoering van de opdracht anderszins tegen loon, dan is de eerste zin slechts van toepassing, indien bij de vaststelling van het loon met het gevaar geen rekening is gehouden.

Art. 7:411 BW

1. Indien de overeenkomst eindigt voordat de opdracht is volbracht of de tijd waarvoor zij is verleend, is verstreken, en de verschuldigdheid van loon afhankelijk is van de volbrenging of van het verstrijken van die tijd, heeft de opdrachtnemer recht op een naar redelijkheid vast te stellen deel van het loon. Bij de bepaling hiervan wordt onder meer rekening gehouden met de reeds door de opdrachtnemer verrichte werkzaamheden, het voordeel dat de opdrachtgever daarvan heeft, en de grond waarop de overeenkomst is geëindigd.
2. In het in lid 1 bedoelde geval heeft de opdrachtnemer slechts recht op het volle loon, indien het einde van de overeenkomst aan de opdrachtgever is toe te rekenen en de betaling van het volle loon, gelet op alle omstandigheden van het geval, redelijk is. Op het bedrag van het loon worden de besparingen die voor de opdrachtnemer uit de voortijdige beëindiging voortvloeien, in mindering gebracht.

We zien ook dat de expert bij het afbreken van de overeenkomst het slachtoffer beticht van wanprestatie

Art. 6:74 BW

1. Iedere tekortkoming in de nakoming van een verbintenis verplicht de schuldenaar de schade die de schuldeiser daardoor lijdt te vergoeden, tenzij de tekortkoming de schuldenaar niet kan worden toegerekend.

2. Voor zover nakoming niet reeds blijvend onmogelijk is, vindt lid 1 slechts toepassing met inachtneming van hetgeen is bepaald in de tweede paragraaf betreffende het verzuim van de schuldenaar.

De verwijten van de opdrachtnemer (uw expert/de no cure no pay partij/akte van cessie leverende partij)

  1. U ontneemt mij het recht om cure te leveren. Doordat u weggaat kan ik de overeenkomst niet nakomen.
  2. U dient mij door de voortijdige beëindiging mijn recht op loon te betalen, de door mij gemaakte kosten en mijn potentiële betaling welke ik in het kader van de overeenkomst had kunnen hebben.
  3. U geeft geen geldige reden tot het opzeggen van de overeenkomst.

Tot welk oordeel mag u volgens ons dan komen

  1. Opzeggen kan altijd ex art. 7:408 BW
  2. De expert dient dan een naar redelijkheid vast te stellen loon te ontvangen
  3. Als er geen concrete en zeer duidelijke afspraken zijn over opzegging, ligt het in de rede om aansluiting te zoeken bij hetgeen partijen over het honorarium zijn overeengekomen. Dit dient wel redelijk en billijk te zijn.
  4. Duidelijk dient te worden in hoeverre de resultaatafhankelijke prestatie alsdan tot stand is gekomen door het handelen/de inzet van de expert.
  5. Bij een tussentijdse opzegging dient het bereikte resultaat op dat moment ook vergeleken te worden met de uiteindelijk totaal verhaalde som. Zegt u op terwijl er maar € 15.000,- verhaald is, en de totaal verhaalde som is € 100.000,- dan ligt het niet in de rede om deze prestatie (het verhalen van € 15.000,-) toe te wijzen aan het intellectuele denk-/actiewerk van uw expert. Met andere woorden, die
    € 15.000,- had u hoogste waarschijnlijk ook zonder expert wel verkregen. In onze optiek dient uw expert bij een dergelijke opzegging genoegen te nemen met de vergoeding van de BGK (buitengerechtelijke kosten) zoals de wet deze voorschrijft conform art. 6:96 lid 2 BW.
  6. Als u al gehouden wordt aan de no cure no pay overeenkomst, dan dienen betalingen van de buitengerechtelijke kosten verrekend te worden met de inhouding welke op no cure no pay is gedaan. (Het slachtoffer dient dus in ieder geval de BGK terug te krijgen).